Trombosebeen
Diep-veneuze trombose / DVT

Een trombosebeen is een aandoening waarbij een bloedstolsel gevormd wordt in de bloedvaten van het onderbeen. Zo’n bloedstolsel kan ervoor zorgen dat een bloedvat geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten.

trombose trombus embolie bloedvat ader slagader

Jaarlijks krijgen ongeveer 25.000 mensen een trombosebeen.


Beschrijving van de aandoening

Bij een trombosebeen is er sprake van een bloedstolsel binnenin een bloedvat. We noemen dit bloedstolsel een trombus. Een trombus zit vast aan de bloedvatwand op de plaats waar het is ontstaan. Dit kan zowel in een ader als een slagader zijn.

Bloedstolling is normaal gesproken van groot belang om bloedverlies bij verwondingen te voorkomen. Dankzij de bloedstolling verandert het vloeibare bloed dat bij een verwonding het bloedvat uitstroomt in een geleiachtige massa waardoor het bloeden stopt.

Bij een trombosebeen zorgt een bloedstolsel in een ader van het been voor problemen. Door het bloedstolsel wordt de bloedstroom belemmerd. Hierdoor zwelt het been op en gaat het been zwaar aanvoelen. Slagaders hebben een veel hogere stroming van het bloed dan de aders. Hierdoor komt bloedstolling in de slagaders minder vaak voor.

Embolie
Wanneer een stukje of het gehele bloedstolsel losraakt van de bloedvatwand wordt dit meegevoerd door de bloedstroom. Als dit stolsel dan in een andere ader of slagader vast komt te zitten, dan noemen we dit een embolie. De bekendste vorm van een embolie is een longembolie.

Andere vormen van trombose
De meest bekende vorm van trombose is het trombosebeen. Daarnaast zijn er nog andere minder bekende vormen van trombose. Bij oogtrombose is er sprake van een bloedstolsel in de bloedvaten van het netvlies en bij sinus trombose zit er een bloedstolsel in de afvoerende bloedvaten van het hoofd. Trombose kan ook in de arm optreden, dit noemen we een trombose arm.

Oorzaak en ontstaanswijze

Trombose kan onder andere ontstaan door een onregelmatige bloedstroom of door bloedvaten die niet meer glad van binnen zijn (aderverkalking). Ook een veranderde samenstelling van het bloed kan trombose tot gevolg hebben.

De grootste risicofactor op het krijgen van trombose is een al eerder doorgemaakte trombose. Verder zijn er een aantal andere risicofactoren die de kans op trombose vergroten. Trombose kan echter ook zonder de aanwezigheid van duidelijke risicofactoren ontstaan.

Trombose kan ontstaan bij verminderde kwaliteit van de bloedvaten door:

  • Roken.
  • Hoog cholesterolgehalte.
  • Diabetes.
  • Hoge bloeddruk.
  • Kanker.


Daarnaast kan trombose ook ontstaan als de bloedstroom te traag wordt. Hierdoor kan het bloed niet goed meer wegstromen, waarna een trombose op kan treden. Een vertraagde bloedstroom kan onder andere ontstaan door langdurige bedrust, een operatie, een gipsbeen, lange vliegtuig- of busreizen en hartritmestoornissen.

De samenstelling van het bloed kan ook invloed hebben op trombose. Wanneer het bloed te dik is, wordt de stroming belemmert. Dit wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door een teveel aan bloedcellen of bij een tekort aan remmers die de bloedstolling moeten remmen.

Trombose komt in bepaalde families meer voor dan in andere. Dit komt meestal doordat deze families erfelijk belast zijn met hart- en vaataandoeningen.

Klachten en verschijnselen: symptomen

Trombose kan zich op verschillende manieren uiten. Dit is afhankelijk van de locatie van de trombose. Er zijn echter een aantal belangrijke kenmerken die op een trombosebeen kunnen wijzen:

  • Vrij snel optredende zwelling in één been.
  • Zwaar gevoel in één been.
  • Een rode of blauwige verkleuring in één been.
  • Eventueel temperatuursverhoging.
  • Strakgespannen huid, eventueel rood en glanzend.


De zwelling en het opgezwollen gevoel in het been worden veroorzaakt doordat de bloedvaten het bloed en het meegevoerde vocht niet meer goed af kunnen voeren. De lymfevaten spelen bij de afvoer van vocht een belangrijke rol. Als gevolg van de trombose kunnen de lymfevaten minder goed gaan functioneren waardoor ze meer moeite hebben het vocht af te voeren.

De verkleuring in het been ontstaat door de verhoogde druk in de bloedvaten. Een vergelijkbaar verschijnsel zien we als we bloed laten prikken. Er wordt dan een band om de arm getrokken om de druk te verhogen. De ader wordt hierdoor naar de oppervlakte gedrukt waardoor deze beter zichtbaar is. Dit kan ook optreden bij trombose en verklaart de verkleuringen in het been.

Bovenstaande symptomen hoeven niet altijd allemaal aanwezig te zijn. Daarnaast kunnen de symptomen ook wijzen op andere aandoeningen. Eén op de vier personen met bovenstaande symptomen heeft ook daadwerkelijk een trombosebeen. Het advies luidt; bij verdenking altijd een arts raadplegen.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door een arts. Er zal ook een bloedonderzoek plaatsvinden om de stolbaarheid van het bloed te onderzoeken.

Behandeling en herstel

Een trombosebeen is goed te behandelen. Echter, bij het uitblijven van behandeling kan er een longembolie optreden. Daarom is het van belang bij verdenking altijd een arts raad te plegen.

Behandeling van trombose zal altijd door middel van medicijnen gebeuren. Daarnaast worden er bij een trombosebeen ook vaak elastische kousen gebruikt in de behandeling. Deze kousen verbeteren de bloedcirculatie en zorgen ervoor dat het teveel aan vocht in het been afgevoerd wordt.

Na een trombose is het voorkomen van een volgende trombose van groot belang. Dit kan onder andere door gebruik te blijven maken van medicatie en elastische kousen. Daarnaast is een gezonde leefstijl van groot belang:

  • Voldoende lichamelijke activiteit.
  • Lang zitten vermijden.
  • Gezonde voeding, om het cholesterol laag te houden.
  • Eventueel stoppen met roken als hier sprake van is.

Advies


U kunt uw klachten controleren met de gratis online fysiotherapie check of een afspraak maken bij een praktijk voor fysiotherapie bij u in de buurt. Vragen over uw klachten kunt u ook anoniem stellen op het forum.


onderbeen trombosebeen trombose zwelling
onderbeen steunkous steunkousen

Referenties
Nugteren, K. van & Winkel, D. (2008). Onderzoek en behandeling van spieraandoeningen en kuitpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Oudega, R., Van Weert, H., Stoffers, H.E.J.H., Sival, P.P.E., Schure, R.I., Delemarre, J., Eizenga, W.H. (2015). NHG-Standaard. Diepe veneuze trombose en longembolie. Huisarts Wet 2008;51(1):24-37.
Prenatali, E., Bucciarelli, P., Passamonti, S.M. & Martinelli, I. (2011). Risk factors for venous and arterial thrombosis. A. Bianchi Bonomi Haemophilia and Thrombosis Centre, IRCSS General Hospital, Mangiagalli and Regina Elena Foundation, Milan, Italy.



trombose trombus embolie bloedvat ader slagader
onderbeen trombosebeen trombose zwelling
onderbeen steunkous steunkousen

© copyright 2017 Hierhebikpijn.nl   |   Alle rechten voorbehouden   |   ontwerp: SWiF