Beenlengteverschil; serieus probleem of makkelijke zondebok?
Maandag 18 mei 2020 om 14:50

In dit artikel willen we dieper ingaan op een zogenoemd 'beenlengteverschil'. We bespreken de verschillende oorzaken die er zijn en de mogelijke gevolgen die een beenlengteverschil met zich meebrengen. Is het terecht dat dit fenomeen veelvuldig als oorzaak van uiteenlopende fysieke klachten gezien wordt, of is het gewoon een makkelijke zondebok?

Wanneer heb je een beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil wordt gemeten met de 'plankjesmethode'. Hierbij worden je voeten met plankjes om beurten opgehoogd met als uitgangspunt een gelijke stand van je bekken.

Uit onderzoek van Pereira C.C. et al, 2008 is gebleken dat ruim 70% van de bevolking een beenlengteverschil heeft. Belangrijk is echter om te weten dat lang niet alle mensen met een beenlengteverschil ook daadwerkelijk klachten ervaren.

Wanneer heb je eigenlijk een beenlengteverschil? Volgens datzelfde onderzoek is een beenlengteverschil van één millimeter verwaarloosbaar. Een merkbaar verschil start tussen de 1,0 en 1,5 centimeter. Bij een verschil van 2 centimeter of meer is er sprake van een zogenaamde ‘asymmetrische’ gang. Daarbij wordt het looppatroon continu beïnvloed door het beenlengteverschil.

Anatomisch of functioneel beenlengteverschil?

Voor de mogelijke oorzaak van een beenlengteverschil moeten we twee groepen apart bekijken. Het is namelijk zo dat je te maken kunt hebben met een aangeboren standsafwijking. Denk hierbij aan een groeistoornis van de botten of een aangeboren afwijking zoals heupdysplasie. Dit is met andere woorden een anatomisch beenlengteverschil. Slechts zelden is een daadwerkelijk korter been de oorzaak van een beenlengteverschil.

Iets wat veel vaker voorkomt, is een zogenaamd functioneel beenlengteverschil, hierbij zijn de benen even lang maar is er sprake van een bekkenscheefstand.
De precieze ontwikkeling van een functioneel beenlengteverschil staat tot op de dag van vandaag nog ter discussie. Vermoed wordt dat de bekkenscheefstand een compensatiepatroon teweegbrengt met een standsafwijking in de gehele wervelkolom als gevolg. Hieronder wordt de volgorde in de tijd weergegeven:

Allereerst zakt je bekken scheef. Door deze scheefstand komt je wervelkolom in een zijwaartse kromming te staan, in medische termen ook wel scoliose genoemd. Vervolgens zorgt dit voor een onbalans van de wervelkolom en extra aanspanning van de omringende spieren om dit te compenseren. Aanhoudende (functionele) compensatie van de wervelkolom en spieren kan leiden tot pijn in je onderrug maar ook in je schouders, hoofd en nek.

Conclusie

Conclusie: JA, een beenlengteverschil is een probleem en JA, het is een makkelijke zondebok. Het antwoord op de vraag is dat beide kloppen. In het geval van een beenlengteverschil kunnen er wel degelijk tal van uiteenlopende fysieke klachten aanwezig zijn. Dit is te wijten aan compensatiepatronen en een beenlengteverschil kan hierdoor zelfs een veroorzaker van hoofdpijnklachten zijn.

MAAR, hoewel er enorm veel mensen met een beenlengteverschil zijn, is het verschil in veel gevallen asymptomatisch, vrij vertaald ‘zonder klachten’. Als het beenlengteverschil geen verhoogde spanning in je wervelkolom veroorzaakt en dus ook geen compensatie teweegbrengt, hoeft dit zeker geen oorzaak van de klachten te zijn die je ervaart. In dit geval wordt er dus ten onrechte gewezen naar het gemeten beenlengteverschil als oorzaak van de klachten. Als het beenlengteverschil niet als zondebok aangewezen kan worden, wat is het dan wel? Door een lichamelijk onderzoek van een fysiotherapeut, waar nodig aangevuld met spiertesten en andere specifieke testen, zal de ontstaansbron van je klachten aan het licht moeten komen.

Meer lezen?

Bekijk het fysiotherapie blog »

© copyright 2020 Hierhebikpijn.nl   |   Alle rechten voorbehouden   |   ontwerp: SWiF