Acromioclaviculair letsel
AC-gewricht (sub)luxatie

Het acromioclaviculaire gewricht, ook wel het 'AC-gewricht' genoemd, vormt de verbinding tussen het sleutelbeen en de bovenkant van het schouderblad. Bij een ontwrichting (uit de kom gaan) kunnen de banden en kapsels die het gewricht stabiliseren beschadigd raken.

schouder acromioclaviculair ac gewricht ligament voorzijde

Letsels aan het AC-gewricht worden veel gezien bij wielrenners en judoka's. Zij lopen een vergroot risico om op de bovenkant van de schouder te vallen. Dit is een klassieke oorzaak van de acromioclaviculaire ontwrichting (luxatie).


Beschrijving van de aandoening

Het sleutelbeen is via het AC-gewricht verbonden met het schouderdak (acromion). Dit is het bovenste en buitenste deel van het schouderblad. Het gewricht wordt door gewrichtsbanden bijelkaar gehouden.

Wanneer de krachten op het AC-gewricht te groot worden door bijvoorbeeld een ongeluk of val, dan kunnen de banden en het gewricht beschadigen. Als de kracht groot genoeg is, dan kan het sleutelbeen als het ware uit de kom getrokken worden.

De namen van de gewrichtsbanden wijzen naar de plaats waar ze zich bevinden:

  • Acromioclaviculaire gewrichtsbanden lopen horizontaal en liggen bovenop het AC-gewricht.
  • Coracoclaviculaire gewrichtsbanden lopen meer verticaal en liggen onder het sleutelbeen. Als deze banden beschadigd raken, leidt dit tot acromioclaviculaire klachten of (sub)luxaties.


Gradaties
Letsel aan het AC-gewricht wordt onderverdeeld in zes types (graden). Vanaf graad III is een verplaatsing van het sleutelbeen aanwezig.

Graad I: Verrekking van de gewrichtsbanden die over het gewricht lopen (acromioclaviculaire gewrichtsbanden). De coracoclaviculaire banden zijn nog intact.

Graad II: Ontwrichting van het AC-gewricht. De acromioclaviculaire gewrichtsbanden zijn gescheurd en de coracoclaviculaire gewrichtsbanden zijn verrekt.

Graad III: Ontwrichting van het AC-gewricht waarbij alle gewrichtsbanden zijn gescheurd. Hierdoor is een verplaatsing van het sleutelbeen zichtbaar. Het uiteinde van het sleutelbeen staat omhoog. De verplaatsing is 25 procent tot 100 procent ten opzichte van de normale stand.

Graad IV: Ontwrichting van het AC-gewricht met een verplaatsing van het sleutelbeen naar achteren. Hierbij kunnen de spieren aan de achterzijde beschadigd raken.

Graad V: Ontwrichting van het AC-gewricht. Waarbij de verplaatsing van het sleutelbeen twee tot vier maal groter is dan bij graad III.

Graad VI: Ontwrichting van het AC-gewricht met een verplaatsing van het sleutelbeen naar voren.

Oorzaak en ontstaanswijze

Het letsel ontstaat meestal door een val op de punt van de schouder. Daarbij blijft de arm tegen het lichaam of gaat deze voor het lichaam langs. Hierbij raken de onderliggende weefsels gekneusd.

Klachten en verschijnselen: symptomen

De pijnlijke plek is vaak duidelijk aanwijsbaar. De klachten zijn op te roepen door op of rondom het AC-gewricht te drukken. De pijn wordt erger bij het naar voren bewegen van de schouder of wanneer de schouder afhangt. Er kan sprake zijn van zwelling.

Omdat het AC-gewricht zich direct onder de huid bevindt, is bij ernstig letsel (vanaf graad III) duidelijk te zien dat het sleutelbeen niet goed op zijn plaats zit. Het uiteinde van het sleutelbeen laat dan een duidelijke misvorming zien. Vergelijk in de spiegel de linker- en rechterschouder om te kunnen beoordelen of er sprake is van een verschil.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en een lichamelijk onderzoek. Graad III en hoger is relatief eenvoudig te bepalen door de misvorming. Graad I en II kunnen met een fysiotherapeutische test worden vastgesteld. Vaak is het voorlangs passief bewegen van de bovenarm naar de borst toe (horizontale adductie) pijnlijk.

Behandeling en herstel

De behandeling is afhankelijk van het type letsel. Type I en II worden altijd zonder operatie behandeld. Bij type IV tot en met VI wordt wel geopereerd. Over de behandeling van type III bestaat minder duidelijkheid. Vaak wordt fysiotherapeutische behandeling gestart. Wanneer dit niet voldoende resultaat geeft, wordt alsnog een operatie uitgevoerd.

Rust, koelen en een sling
De behandeling van type I, II en III bestaat in het begin uit rust en koelen. Rust wordt gegeven door het gebruik van een sling (mitella). Bij type I is het gebruik van een sling voor enkele dagen meestal voldoende. Voor type II en III kan het nodig zijn om 6 weken de arm in een sling te dragen.

Fysiotherapie
Bij type I is het mogelijk om direct de arm door een fysiotherapeut te laten behandelen. Na enkele dagen kan gestart worden met krachtoefeningen. Wanneer de volledige beweeglijkheid en kracht terug is, mogen alle activiteiten weer opgepakt worden.

Bij type II en III kan fysiotherapeutische behandeling na 14 tot 21 dagen gestart worden. Bij ernstige verplaatsing van het sleutelbeen kan dit pas na 6 weken. Tape kan eventueel extra rust geven aan het AC-gewricht. De gewrichtsbanden zijn na 8 tot 12 weken volledig hersteld. Pas na die tijd is het toegestaan om zwaar te tillen of te sporten. Dit is ook alleen toegestaan als de schouder volledig pijnvrij kan bewegen.

Operatie
Bij een operatieve ingreep wordt het AC-gewricht weer op de juiste plaats gebracht en vastgezet. Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van een kunstmatige gewrichtsband. Deze wordt via het sleutelbeen aan het schouderblad bevestigd. Deze houdt het sleutelbeen weer op de goede locatie.
Na de operatie moet de arm 6 weken in een sling. Fysiotherapeutische behandeling kan direct gestart worden. Het volledige herstel na een operatie duurt een half jaar.

Advies


U kunt uw klachten controleren met de gratis online fysiotherapie check of een afspraak maken bij een praktijk voor fysiotherapie bij u in de buurt. Vragen over uw klachten kunt u ook anoniem stellen op het forum.

schouder acromioclaviculair ac gewricht ligament bovenzijde
schouder ac gewricht banden acromioclaviculaire ligament coracoclaviculaire trapezoid conoid


Referenties
Moen, M.H., Vos, R-J. de, Arkel, E.R.A. van, Weir, A., Moussavi, J., Kraan, T. & Winter, Th.C. de (2008). De meest waardevolle klinische schoudertesten. Sport & Geneeskunde. 2008;4:6-19.
Nugteren, K. van & Winkel, D. (2007). Onderzoek en behandeling van de schouder. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Schünke, M., Schulte, E. & Schumacher, U. (2005). Prometheus. Algemene anatomie en bewegingsapparaat. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.



schouder acromioclaviculair ac gewricht ligament voorzijde
schouder acromioclaviculair ac gewricht ligament bovenzijde
schouder ac gewricht banden acromioclaviculaire ligament coracoclaviculaire trapezoid conoid

© copyright 2019 Hierhebikpijn.nl   |   Alle rechten voorbehouden   |   ontwerp: SWiF